Der Hund schläft.
Nederlands: De hond slaapt.
De nominatief (Nominativ) in het Duits is de naamval die je gebruikt voor het onderwerp van de zin: degene die iets doet.
Gebruik de nominatief voor het onderwerp van de zin en na het werkwoord 'sein' (zijn) als je iemand of iets beschrijft of identificeert.
Der Hund schläft.
Nederlands: De hond slaapt.
Die Frau liest.
Nederlands: De vrouw leest.
Das Buch ist interessant.
Nederlands: Het boek is interessant.
Die Kinder spielen.
Nederlands: De kinderen spelen.