Taal
Duits
Niveau
A1
Eenheid
Nomen und Kasus
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

De nominatief (Nominativ) in het Duits is de naamval die je gebruikt voor het onderwerp van de zin: degene die iets doet.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik de nominatief voor het onderwerp van de zin en na het werkwoord 'sein' (zijn) als je iemand of iets beschrijft of identificeert.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Der Hund schläft.

Nederlands: De hond slaapt.

Die Frau liest.

Nederlands: De vrouw leest.

Das Buch ist interessant.

Nederlands: Het boek is interessant.

Die Kinder spielen.

Nederlands: De kinderen spelen.

Tips

Verder verkennen