Taal
Duits
Niveau
A1
Eenheid
Nomen und Kasus
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

De Akkusativ is de naamval in het Duits die het lijdend voorwerp (direct object) van een zin aangeeft – degene of datgene waarop de handeling direct wordt uitgevoerd.

Wanneer je het gebruikt

Je gebruikt de Akkusativ in het Duits als je wilt zeggen wie of wat direct door de handeling van het werkwoord wordt getroffen. Ook na bepaalde voorzetsels (zoals 'für', 'durch', 'um', enz.) gebruik je de Akkusativ.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ich sehe den Hund.

Nederlands: Ik zie de hond.

Sie hat einen Apfel.

Nederlands: Zij heeft een appel.

Wir kaufen die Blumen.

Nederlands: Wij kopen de bloemen.

Er trinkt das Wasser.

Nederlands: Hij drinkt het water.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen