Das ist ein Apfel.
Nederlands: Dit is een appel.
In het Duits kunnen zelfstandige naamwoorden (Nomen) in het enkelvoud (één) of meervoud (meer dan één) staan. Enkelvoud gebruik je voor één persoon of ding, meervoud voor twee of meer.
Gebruik het enkelvoud als je over één persoon of ding praat. Gebruik het meervoud voor meerdere.
Das ist ein Apfel.
Nederlands: Dit is een appel.
Das sind Äpfel.
Nederlands: Dit zijn appels.
Die Frau liest.
Nederlands: De vrouw leest.
Die Frauen lesen.
Nederlands: De vrouwen lezen.
De gekozen woordenschat-, grammatica- en uitspraakpagina van vandaag voor Duits. Bewaar deze sectie — hij wordt elke dag bijgewerkt.
Abonneer je op dagelijkse SmartWords-keuzes. Kies de onderwerpen die je wilt — we sturen één kort e-mailtje per dag.
Zes woordspellen gebouwd op onze echte woordenschat — gratis in de browser, geen installatie nodig.
Open de spelhub →
Match het middelste woord onder tijdsdruk en houd je combo vast.
Speel nu →
Vlieg door de juiste poort voordat de snelheid opvoert.
Speel nu →
Snijd de woorden in de doeltaal, ontwijk de afleider in de hoofdtaal en ga voor het aangekondigde bonusdoel.
Speel nu →
Volg één pad over het bord, raak elk letterankerpunt op volgorde en vul elk open vakje.
Speel nu →
Kies het woord dat niet past uit een thematische set — elke tik toont meteen alle vier betekenissen en afbeeldingen, zodat de ronde ook een flashcard wordt.
Speel nu →
Draai kaarten om en koppel woorden in de doeltaal aan hun betekenis in de hoofdtaal voordat je levens op zijn.
Speel nu →