Taal
Duits
Niveau
A0
Eenheid
Einfache Verneinungen und Fragen
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Ja/nee-vragen in het Duits verplaatsen het werkwoord vóór het onderwerp.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik ja/nee-vragen voor snelle bevestiging of eenvoudige controles.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Bist du bereit?

Nederlands: Ben je klaar?

Arbeitet er hier?

Nederlands: Werkt hij hier?

Wohnen sie in der Nähe?

Nederlands: Wonen zij in de buurt?

Wird sie mitkommen?

Nederlands: Zal zij meegaan?

Tips

Verder verkennen