Taal
Duits
Niveau
A0
Eenheid
Einfache Verneinungen und Fragen
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Korte antwoorden in het Duits gebruiken vaak 'ja' of 'nein' en herhalen soms het werkwoord of voornaamwoord.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik korte antwoorden om natuurlijk te reageren zonder volledige zinnen te herhalen.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ist er dein Freund? Ja, ist er.

Nederlands: Is hij jouw vriend? Ja, dat is hij.

Magst du Kaffee? Nein, mag ich nicht.

Nederlands: Hou je van koffie? Nee, dat doe ik niet.

Sind sie zu Hause? Ja, sind sie.

Nederlands: Zijn zij thuis? Ja, dat zijn ze.

Lernt sie hier? Nein, lernt sie nicht.

Nederlands: Studeert zij hier? Nee, dat doet zij niet.

Tips

Verder verkennen