Taal
Duits
Niveau
A0
Eenheid
Einfache Zeitangaben
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Op A0-niveau begint het werken met tijden in het Duits als tijdsbewustzijn: nu (Präsens), vóór nu (Präteritum/Perfekt) en na nu (Futur).

Wanneer je het gebruikt

Gebruik dit overzicht om de betekenis van zinnen naar tijd te classificeren vóór diepere grammaticale studie.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ich arbeite jetzt.

Nederlands: Ik werk nu. (tegenwoordige tijd)

Ich arbeitete gestern.

Nederlands: Ik werkte gisteren. (verleden tijd)

Ich werde morgen arbeiten.

Nederlands: Ik zal morgen werken. (toekomende tijd)

Sie ist jetzt zu Hause.

Nederlands: Zij is nu thuis. (tegenwoordige tijd van sein)

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen