- Taal
- Frans
- Niveau
- A2
- Eenheid
- Adjectifs
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
In het Frans zijn bijvoeglijke naamwoorden (adjectifs qualificatifs) woorden die een zelfstandig naamwoord beschrijven. Ze veranderen afhankelijk van het geslacht (mannelijk/vrouwelijk) en het aantal (enkelvoud/meervoud) van het zelfstandig naamwoord, en staan meestal achter het zelfstandig naamwoord.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik bijvoeglijke naamwoorden om extra informatie te geven over een zelfstandig naamwoord, zoals kleur, grootte of kwaliteit. In het Frans komen ze meestal na het zelfstandig naamwoord.
Belangrijke vormen
- mannelijk enkelvoud: petit
- vrouwelijk enkelvoud: petite
- mannelijk meervoud: petits
- vrouwelijk meervoud: petites
Voorbeelden
Un chat noir.
Nederlands: Een zwarte kat.
Une maison blanche.
Nederlands: Een wit huis.
Des fleurs rouges.
Nederlands: Rode bloemen.
Un homme intelligent.
Nederlands: Een intelligente man.
Des filles heureuses.
Nederlands: Blije meisjes.
Tips
- Het bijvoeglijk naamwoord moet altijd overeenkomen met het zelfstandig naamwoord in geslacht en aantal.
- De meeste bijvoeglijke naamwoorden staan achter het zelfstandig naamwoord, maar enkele veelgebruikte (zoals beau, grand, petit, bon) staan ervoor.
- Let op onregelmatige bijvoeglijke naamwoorden die anders veranderen.
Uitzonderingen en randgevallen
- Sommige bijvoeglijke naamwoorden veranderen sterk in de vrouwelijke of meervoudsvorm (bijvoorbeeld: beau → belle, nouveau → nouvelle).
- Sommige bijvoeglijke naamwoorden veranderen van betekenis afhankelijk van hun positie (bijvoorbeeld: ancien, cher).