Mon stylo est bleu.
Nederlands: Mijn pen is blauw.
Franse bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden zijn korte woordjes die vóór een zelfstandig naamwoord staan om aan te geven wie iets bezit of met wie iets verbonden is. Ze passen zich aan het geslacht (mannelijk/vrouwelijk) en het aantal (enkelvoud/meervoud) van het zelfstandig naamwoord aan, niet aan de eigenaar.
Gebruik Franse bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden wanneer je wilt zeggen dat iets van iemand is of om relaties aan te geven (zoals 'mijn boek', 'jouw broer', 'hun vrienden'). De vorm moet altijd overeenkomen met het zelfstandig naamwoord dat volgt.
Mon stylo est bleu.
Nederlands: Mijn pen is blauw.
Ta sœur est gentille.
Nederlands: Jouw zus is aardig.
Ses parents habitent à Paris.
Nederlands: Zijn/haar ouders wonen in Parijs.
Nos amis sont ici.
Nederlands: Onze vrienden zijn hier.
Leurs enfants jouent.
Nederlands: Hun kinderen spelen.