Taal
Frans
Niveau
A1
Eenheid
Noms et adjectifs
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

In het Frans beschrijven bijvoeglijke naamwoorden een zelfstandig naamwoord en moeten ze overeenkomen in geslacht (mannelijk/vrouwelijk) en getal (enkelvoud/meervoud) met het zelfstandig naamwoord.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik een bijvoeglijk naamwoord in het Frans om mensen, dieren of dingen te beschrijven. Het bijvoeglijk naamwoord moet altijd hetzelfde geslacht en getal hebben als het zelfstandig naamwoord.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Le chat noir.

Nederlands: De zwarte kat.

La voiture rouge.

Nederlands: De rode auto.

Les maisons blanches.

Nederlands: De witte huizen.

Une fille intelligente.

Nederlands: Een slim meisje.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen