Taal
Engels
Niveau
A2
Eenheid
Nouns, articles, and quantifiers
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Artikelen zijn kleine woorden die in het Engels voor een zelfstandig naamwoord staan. In het Engels zijn de artikelen 'a', 'an' en 'the'. Ze geven aan of je over iets specifieks of iets algemeens praat.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik 'a' of 'an' als je voor het eerst over iets praat of als het niet specifiek is. Gebruik 'the' als je over iets specifieks of iets dat al genoemd is praat.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

I have a book.

Nederlands: Ik heb een boek.

She is eating an orange.

Nederlands: Zij eet een sinaasappel.

The dog is sleeping.

Nederlands: De hond slaapt.

There is a car outside.

Nederlands: Er staat een auto buiten.

The apples are red.

Nederlands: De appels zijn rood.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen