- Taal
- Engels
- Niveau
- A2
- Eenheid
- Nouns, articles, and quantifiers
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Artikelen zijn kleine woorden die in het Engels voor een zelfstandig naamwoord staan. In het Engels zijn de artikelen 'a', 'an' en 'the'. Ze geven aan of je over iets specifieks of iets algemeens praat.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik 'a' of 'an' als je voor het eerst over iets praat of als het niet specifiek is. Gebruik 'the' als je over iets specifieks of iets dat al genoemd is praat.
Belangrijke vormen
- 'a' + enkelvoudig zelfstandig naamwoord (bijv. a cat)
- 'an' + enkelvoudig zelfstandig naamwoord (bijv. an apple)
- 'the' + enkelvoud of meervoud (bijv. the dog, the apples)
Voorbeelden
I have a book.
Nederlands: Ik heb een boek.
She is eating an orange.
Nederlands: Zij eet een sinaasappel.
The dog is sleeping.
Nederlands: De hond slaapt.
There is a car outside.
Nederlands: Er staat een auto buiten.
The apples are red.
Nederlands: De appels zijn rood.
Tips
- Gebruik 'a' voor woorden die beginnen met een medeklinkerklank en 'an' voor woorden die beginnen met een klinkerklank.
- Gebruik 'a' of 'an' niet bij meervoudige zelfstandige naamwoorden.
- Gebruik 'the' niet wanneer je over dingen in het algemeen praat (bijvoorbeeld: 'Books are fun', niet 'The books are fun').
Uitzonderingen en randgevallen
- Gebruik meestal geen artikel bij eigennamen (bijv. 'I live in London').
- Sommige uitdrukkingen gebruiken geen artikel (bijv. 'go to bed', 'at home').