Taal
Engels
Niveau
A2
Eenheid
Verb tenses and forms
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

In het Engels zijn er regelmatige en onregelmatige werkwoorden. Ze verschillen in hoe ze de verleden tijd en het voltooid deelwoord vormen.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik deze vormen om te praten over gebeurtenissen in het verleden, om voltooide tijden te maken (zoals de present perfect), en in passieve zinnen.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

I walked to school yesterday.

Nederlands: Ik liep gisteren naar school.

She played football last week.

Nederlands: Zij speelde vorige week voetbal.

He went to the store.

Nederlands: Hij ging naar de winkel.

We ate lunch at noon.

Nederlands: Wij lunchten om twaalf uur.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen