- Taal
- Engels
- Niveau
- A2
- Eenheid
- Questions and answers
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
De basisvraagvorming in het Engels betekent hoe je eenvoudige vragen maakt met woorden als 'do', 'does', 'is', 'are', 'can', enzovoort.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik deze vormen om informatie te vragen, feiten te controleren of om ja/nee-antwoorden te krijgen in het Engels.
Belangrijke vormen
- Do/Does + onderwerp + stam van het werkwoord? (Do you like coffee?)
- Is/Are + onderwerp + ...? (Is she your friend?)
- Can + onderwerp + stam van het werkwoord? (Can he swim?)
- Vraagwoord (Wh-) + hulpwerkwoord + onderwerp + stam? (Where do you live?)
Voorbeelden
Do you speak English?
Nederlands: Spreek jij Engels?
Is it raining?
Nederlands: Regent het?
Where do you live?
Nederlands: Waar woon jij?
Can she help us?
Nederlands: Kan zij ons helpen?
Tips
- In het Engels komt het hulpwerkwoord (do/does, is/are) altijd vóór het onderwerp.
- Gebruik 'does' bij 'he', 'she', 'it' in de tegenwoordige tijd.
- Gebruik geen 'do/does' bij het werkwoord 'to be' of modale werkwoorden zoals 'can'.
Uitzonderingen en randgevallen
- Bij het werkwoord 'to be' begint de vraag met 'Is' of 'Are', zonder 'do/does'.
- Modale werkwoorden zoals 'can', 'should' gebruiken geen 'do/does' in vragen.