- Taal
- Engels
- Niveau
- A2
- Eenheid
- Word order and sentence structure
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Met basis negatieve zinnen in het Engels geef je aan dat iets niet waar is of niet gebeurt. Je gebruikt hiervoor speciale woorden.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik deze zinnen om te zeggen dat iets niet gebeurt, niet waar is of niet zo is.
Belangrijke vormen
- Onderwerp + do/does + not + hele werkwoord (voor de meeste werkwoorden)
- Onderwerp + am/is/are + not (voor 'be')
Voorbeelden
I do not like coffee.
Nederlands: Ik houd niet van koffie.
She does not play tennis.
Nederlands: Zij speelt geen tennis.
We are not tired.
Nederlands: Wij zijn niet moe.
He is not at home.
Nederlands: Hij is niet thuis.
Tips
- Gebruik 'do not' (of 'don't') bij de meeste werkwoorden.
- Bij he, she, it gebruik je 'does not' (of 'doesn't') en het werkwoord blijft in de basisvorm.
- Gebruik bij 'be' (am, is, are) nooit 'do/does', maar zet 'not' direct achter het werkwoord.
Uitzonderingen en randgevallen
- Bij het werkwoord 'be' gebruik je geen 'do/does', maar alleen 'not' na 'am', 'is' of 'are'.