Taal
Engels
Niveau
A1
Eenheid
Questions and Short Answers
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Wh- vragen in het Engels zijn vragen die beginnen met woorden zoals who, what, where, when, why of how. Deze woorden gebruik je om specifieke informatie te vragen, niet alleen ja of nee.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik Wh- vragen in het Engels als je informatie wilt vragen over een persoon, plaats, tijd, reden, manier of ding.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Where do you live?

Nederlands: Waar woon jij?

What is your name?

Nederlands: Hoe heet jij?

Who is your teacher?

Nederlands: Wie is jouw leraar?

When is your birthday?

Nederlands: Wanneer ben jij jarig?

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen