- Taal
- Engels
- Niveau
- A1
- Eenheid
- Questions and Short Answers
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Een yes/no question in het Engels is een vraag waarop je met 'yes' (ja) of 'no' (nee) antwoordt.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik yes/no questions om bevestiging, informatie of toestemming te vragen, als het antwoord 'yes' of 'no' kan zijn.
Belangrijke vormen
- Do/Does + onderwerp + stam van het werkwoord? (Do you like pizza?)
- Is/Are/Am + onderwerp + ...? (Is she happy?)
- Can/Will/Should + onderwerp + stam van het werkwoord? (Can he swim?)
Voorbeelden
Do you like apples?
Nederlands: Vind je appels lekker?
Is he your friend?
Nederlands: Is hij jouw vriend?
Can you help me?
Nederlands: Kun je me helpen?
Are they at home?
Nederlands: Zijn zij thuis?
Tips
- Zet het hulpwerkwoord (do/does/is/are/can) altijd vóór het onderwerp.
- Gebruik 'do/does' niet met 'be' (is/are/am).
- Gebruik 'does' bij he/she/it en 'do' bij I/you/we/they.
Uitzonderingen en randgevallen
- Bij het werkwoord 'to be' gebruik je geen 'do/does'.
- Sommige modale werkwoorden (can, will, should) komen ook vóór het onderwerp.