Taal
Engels
Niveau
A1
Eenheid
Questions and Short Answers
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Short answers zijn korte antwoorden op ja/nee-vragen in het Engels. Je gebruikt een hulpwerkwoord en een voornaamwoord, zonder de hele zin te herhalen.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik short answers als je beleefd en duidelijk wilt antwoorden op een ja/nee-vraag in het Engels, zonder de hele zin te herhalen.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Are you a student? Yes, I am.

Nederlands: Ben jij een student? Ja.

Is he at home? No, he isn’t.

Nederlands: Is hij thuis? Nee.

Do you like pizza? Yes, I do.

Nederlands: Hou je van pizza? Ja.

Can she swim? No, she can’t.

Nederlands: Kan zij zwemmen? Nee.

Tips

Verder verkennen