Are you a student? Yes, I am.
Nederlands: Ben jij een student? Ja.
Short answers zijn korte antwoorden op ja/nee-vragen in het Engels. Je gebruikt een hulpwerkwoord en een voornaamwoord, zonder de hele zin te herhalen.
Gebruik short answers als je beleefd en duidelijk wilt antwoorden op een ja/nee-vraag in het Engels, zonder de hele zin te herhalen.
Are you a student? Yes, I am.
Nederlands: Ben jij een student? Ja.
Is he at home? No, he isn’t.
Nederlands: Is hij thuis? Nee.
Do you like pizza? Yes, I do.
Nederlands: Hou je van pizza? Ja.
Can she swim? No, she can’t.
Nederlands: Kan zij zwemmen? Nee.