Taal
Engels
Niveau
A1
Eenheid
Pronouns and Possessives
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

‘This’, ‘that’, ‘these’ en ‘those’ zijn Engelse woorden om aan te geven over welke persoon of welk voorwerp je praat. Ze geven aan of iets dichtbij of ver weg is, en of het om één of meer dingen gaat.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik ‘this’ en ‘these’ als iets dichtbij is. Gebruik ‘that’ en ‘those’ als iets verder weg is. ‘This’ en ‘that’ zijn voor één ding, ‘these’ en ‘those’ voor meer dan één.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

This is my book.

Nederlands: Dit is mijn boek.

That is your chair.

Nederlands: Dat is jouw stoel.

These are my keys.

Nederlands: Dit zijn mijn sleutels.

Those are your shoes.

Nederlands: Dat zijn jouw schoenen.

Is this your pen?

Nederlands: Is dit jouw pen?

Tips

Verder verkennen