Taal
Engels
Niveau
A1
Eenheid
Quantifiers and Amount
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

'Much' en 'many' zijn Engelse woorden die je gebruikt om aan te geven hoeveel er van iets is.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik 'much' bij dingen die je niet kunt tellen (zoals water, money, time). Gebruik 'many' bij dingen die je wel kunt tellen (zoals books, cars, people). Deze woorden komen vaak voor in vragen en ontkennende zinnen.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

How much sugar do you want?

Nederlands: Hoeveel suiker wil je?

There isn't much milk left.

Nederlands: Er is niet veel melk meer over.

How many chairs are there?

Nederlands: Hoeveel stoelen zijn er?

I don't have many friends.

Nederlands: Ik heb niet veel vrienden.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen