- Taal
- Engels
- Niveau
- A1
- Eenheid
- Verb Tenses: Present and Past
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
De simple past met regelmatige werkwoorden wordt in het Engels gebruikt om te praten over acties die in het verleden zijn gebeurd en afgerond. Regelmatige werkwoorden krijgen -ed in de verleden tijd.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik de simple past om te praten over gebeurtenissen, handelingen of situaties die in het verleden zijn begonnen en geëindigd.
Belangrijke vormen
- Bevestigend: subject + verb-ed (I walked.)
- Ontkennend: subject + did not + base verb (She did not play.)
- Vraag: Did + subject + base verb? (Did you watch?)
Voorbeelden
I watched a movie.
Nederlands: Ik keek een film.
She played tennis yesterday.
Nederlands: Zij speelde gisteren tennis.
They visited the museum.
Nederlands: Zij bezochten het museum.
We cleaned the house.
Nederlands: Wij maakten het huis schoon.
Tips
- Voeg altijd -ed toe aan regelmatige werkwoorden in de verleden tijd.
- Gebruik bij ontkennende zinnen en vragen 'did' en de stam van het werkwoord (zonder -ed).
- Let op: sommige werkwoorden veranderen van spelling voordat je -ed toevoegt (bijvoorbeeld: 'study' → 'studied').
Uitzonderingen en randgevallen
- Sommige werkwoorden zijn onregelmatig en volgen niet de -ed regel (bijvoorbeeld: go → went).