Taal
Engels
Niveau
A1
Eenheid
Verb Tenses: Present and Past
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

De simple past met onregelmatige werkwoorden in het Engels gebruik je om te praten over acties die in het verleden zijn gebeurd en zijn afgerond. Onregelmatige werkwoorden krijgen geen -ed.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik de simple past met onregelmatige werkwoorden om te praten over iets dat in het verleden is gebeurd en klaar is (zoals gisteren of vorige week).

Belangrijke vormen

Voorbeelden

She went to school.

Nederlands: Zij ging naar school.

I ate an apple.

Nederlands: Ik at een appel.

They had a party.

Nederlands: Zij hadden een feestje.

He saw a movie.

Nederlands: Hij zag een film.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen