- Taal
- Engels
- Niveau
- A1
- Eenheid
- Verb Tenses: Present and Past
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
De simple past met onregelmatige werkwoorden in het Engels gebruik je om te praten over acties die in het verleden zijn gebeurd en zijn afgerond. Onregelmatige werkwoorden krijgen geen -ed.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik de simple past met onregelmatige werkwoorden om te praten over iets dat in het verleden is gebeurd en klaar is (zoals gisteren of vorige week).
Belangrijke vormen
- Onregelmatige werkwoorden hebben een speciale verleden tijd (niet -ed).
- Voorbeeld: go → went, have → had, eat → ate
Voorbeelden
She went to school.
Nederlands: Zij ging naar school.
I ate an apple.
Nederlands: Ik at een appel.
They had a party.
Nederlands: Zij hadden een feestje.
He saw a movie.
Nederlands: Hij zag een film.
Tips
- Voeg geen -ed toe aan onregelmatige werkwoorden in de verleden tijd.
- Leer de meest voorkomende onregelmatige werkwoorden uit je hoofd.
- Voor vragen en ontkenningen gebruik je 'did' en de stam: Did you go? She did not go.
Uitzonderingen en randgevallen
- Sommige werkwoorden hebben dezelfde vorm in de tegenwoordige en verleden tijd (bijvoorbeeld: put → put, cut → cut).
- Sommige werkwoorden veranderen helemaal (bijvoorbeeld: go → went).