Taal
Engels
Niveau
A1
Eenheid
Prepositions
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Tijdsbepalende voorzetsels in het Engels zijn woorden zoals 'in', 'on' en 'at' die aangeven wanneer iets gebeurt.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik deze voorzetsels om te zeggen wanneer een gebeurtenis plaatsvindt. Kies 'in', 'on' of 'at' afhankelijk van of je praat over een algemene tijd, een dag/datum of een specifiek tijdstip.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

I go to school at 8 o'clock.

Nederlands: Ik ga om 8 uur naar school.

My birthday is in June.

Nederlands: Mijn verjaardag is in juni.

We have a meeting on Friday.

Nederlands: We hebben een vergadering op vrijdag.

I read at night.

Nederlands: Ik lees 's nachts.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen