Ik heb het boek gelezen.
- Taal
- Nederlands
- Niveau
- B2
- Eenheid
- Werkwoordsvormen en tijden
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Onregelmatige werkwoorden zijn werkwoorden die niet volgens de standaard regels vervoegd worden. Hun vormen veranderen vaak op een onvoorspelbare manier, vooral in de verleden tijd en het voltooid deelwoord.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik de onregelmatige vormen als je praat over handelingen in het heden, verleden of in samengestelde tijden. Veelgebruikte werkwoorden zijn vaak onregelmatig.
Belangrijke vormen
- Infinitief: gaan
- Tegenwoordige tijd: ik ga, jij gaat, hij gaat
- Verleden tijd: ik ging, wij gingen
- Voltooid deelwoord: gegaan
Voorbeelden
Wij gingen naar huis.
Zij kwam te laat.
Jullie hebben het gezien.
Hij schrijft een brief.
Tips
- Leer de meest voorkomende onregelmatige werkwoorden en hun vormen uit je hoofd.
- Let goed op de klinkerverandering in de verleden tijd en het voltooid deelwoord.
- Oefen regelmatig met het vervoegen van onregelmatige werkwoorden in verschillende tijden.
Uitzonderingen en randgevallen
- Sommige werkwoorden zijn alleen onregelmatig in de verleden tijd of het voltooid deelwoord.
- Een paar werkwoorden veranderen op een onverwachte manier van klinker (zoals 'zien' → 'zag').