Iets is gevallen.
- Taal
- Nederlands
- Niveau
- B2
- Eenheid
- Voornaamwoorden en congruentie
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Onbepaalde voornaamwoorden zijn woorden zoals 'iets', 'niemand', 'alles'. Ze verwijzen naar mensen of dingen op een algemene, niet-specifieke manier.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik onbepaalde voornaamwoorden als je spreekt over mensen of dingen zonder precies te zeggen wie of wat je bedoelt. Ze worden vaak gebruikt in vragen, ontkenningen en algemene uitspraken.
Belangrijke vormen
- iets
- niets
- iemand
- niemand
- alles
- men
- enige(n)
- enkele(n)
- wat
- elk(e)
- ieder(e)
Voorbeelden
Niemand weet het antwoord.
Heb je iemand gezien?
Alles is mogelijk.
Men zegt dat het morgen regent.
Tips
- 'Iemand' en 'niemand' gebruik je alleen voor personen.
- 'Iets' en 'niets' gebruik je alleen voor dingen.
- Let op de plaatsing: het voornaamwoord staat meestal voor het werkwoord.
Uitzonderingen en randgevallen
- Het voornaamwoord 'men' wordt alleen gebruikt voor algemene uitspraken en nooit voor een specifieke persoon.
- 'Enige' en 'enkele' kunnen van vorm veranderen afhankelijk van de zin.