Taal
Nederlands
Niveau
B2
Eenheid
Bijvoeglijke naamwoorden, vergelijking en telwoorden
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Telwoorden zijn woorden die gebruikt worden om aantallen, hoeveelheden of een volgorde aan te geven. Er zijn hoofdtelwoorden (één, twee, drie) en rangtelwoorden (eerste, tweede, derde).

Wanneer je het gebruikt

Hoofdtelwoorden gebruik je om te tellen, leeftijden te noemen of hoeveelheden aan te geven. Rangtelwoorden gebruik je om een volgorde of rang aan te duiden, bijvoorbeeld bij data of wedstrijden.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ik heb drie boeken.

Hij is de tweede in de rij.

We komen op de vijfde juli.

Er zijn twintig studenten in de klas.

Dit is mijn eerste keer in Nederland.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen