Ik heb drie boeken.
- Taal
- Nederlands
- Niveau
- B2
- Eenheid
- Bijvoeglijke naamwoorden, vergelijking en telwoorden
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Telwoorden zijn woorden die gebruikt worden om aantallen, hoeveelheden of een volgorde aan te geven. Er zijn hoofdtelwoorden (één, twee, drie) en rangtelwoorden (eerste, tweede, derde).
Wanneer je het gebruikt
Hoofdtelwoorden gebruik je om te tellen, leeftijden te noemen of hoeveelheden aan te geven. Rangtelwoorden gebruik je om een volgorde of rang aan te duiden, bijvoorbeeld bij data of wedstrijden.
Belangrijke vormen
- Hoofdtelwoorden: één, twee, drie, vier, vijf, enzovoort.
- Rangtelwoorden: eerste, tweede, derde, vierde, vijfde, enzovoort.
- Bijzondere vormen: twintigste, honderdste, duizendste
Voorbeelden
Hij is de tweede in de rij.
We komen op de vijfde juli.
Er zijn twintig studenten in de klas.
Dit is mijn eerste keer in Nederland.
Tips
- Gebruik meestal 'de' voor rangtelwoorden: de eerste, de tweede, de derde.
- Hoofdtelwoorden veranderen niet voor geslacht of meervoud.
- Verwar niet 'twee' (het aantal) met 'tweede' (de volgorde).
Uitzonderingen en randgevallen
- Het rangtelwoord van 'één' is 'eerste', niet 'eende'.
- Sommige rangtelwoorden zijn onregelmatig: 'drie' wordt 'derde', niet 'driede'.