Taal
Nederlands
Niveau
B2
Eenheid
Voornaamwoorden en congruentie
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Demonstratieve voornaamwoorden zijn woorden zoals 'dit', 'dat', 'deze' en 'die', waarmee je verwijst naar specifieke personen of dingen.

Wanneer je het gebruikt

Je gebruikt deze voornaamwoorden om iemand of iets aan te wijzen of te benadrukken. 'Dit' en 'dat' gebruik je bij het-woorden in het enkelvoud. 'Deze' en 'die' gebruik je bij de-woorden en bij alle meervouden. 'Dit' en 'deze' zijn voor iets dat dichtbij is, 'dat' en 'die' voor iets dat verder weg is.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Dit boek is interessant.

Ik wil dat huis kopen.

Deze stoelen zijn comfortabel.

Die auto is snel.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen