Taal
Nederlands
Niveau
B2
Eenheid
Werkwoordstijden en modale constructies
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Modale werkwoorden zijn speciale werkwoorden die aangeven of iets moet, mag, kan, wil of zal gebeuren. Ze worden gebruikt met een ander werkwoord om de betekenis te veranderen.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik modale werkwoorden om aan te geven wat iemand moet, mag, kan, wil of zal doen. Ze drukken verplichting, toestemming, mogelijkheid, wil of toekomst uit.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ik moet vandaag werken.

Zij kan goed zwemmen.

Mag ik hier zitten?

We willen een huis kopen.

Zullen we samen gaan?

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen