Ik werk elke dag.
- Taal
- Nederlands
- Niveau
- B2
- Eenheid
- Voornaamwoorden en congruentie
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Congruentie onderwerp-werkwoord betekent dat het werkwoord in een zin verandert afhankelijk van het onderwerp. Dit is belangrijk voor correcte zinnen.
Wanneer je het gebruikt
Je gebruikt congruentie in elke Nederlandse zin met een werkwoord. Het werkwoord moet overeenkomen met het onderwerp in getal (enkelvoud/meervoud) en persoon (ik, jij, hij, etc.).
Belangrijke vormen
- ik loop
- jij loopt
- hij/zij/het loopt
- wij/jullie/zij lopen
Voorbeelden
Jij leest een boek.
Hij speelt voetbal.
Wij eten samen.
Zij wonen in Amsterdam.
Tips
- Kijk altijd goed naar het onderwerp voordat je de werkwoordsvorm kiest.
- Bij 'jij' of 'je' krijgt het werkwoord vaak een -t in de tegenwoordige tijd.
- Voor meervoudige onderwerpen gebruik je de stam plus -en.
Uitzonderingen en randgevallen
- Als 'jij' of 'je' na het werkwoord komt, vervalt soms de -t: 'Werk jij morgen?'
- Sommige werkwoorden zijn onregelmatig en volgen de standaardregels niet (bijvoorbeeld 'zijn', 'hebben').