Toen ik jong was, speelde ik elke dag buiten.
- Taal
- Nederlands
- Niveau
- B2
- Eenheid
- Werkwoordsvormen en tijden
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
De onvoltooide tijd is een verleden tijd die je gebruikt om handelingen of situaties uit het verleden te beschrijven die toen bezig waren, herhaald werden of nog niet afgerond waren.
Wanneer je het gebruikt
Je gebruikt de onvoltooide tijd om gewoontes, situaties of handelingen in het verleden te beschrijven die bezig waren of nog niet afgerond waren op een bepaald moment.
Belangrijke vormen
- Ik werkte
- Jij liep
- Wij speelden
Voorbeelden
Hij las een boek toen de telefoon ging.
We woonden vroeger in Amsterdam.
Jullie schreven brieven aan elkaar.
Tips
- Let goed op de juiste uitgangen: -te/-ten of -de/-den.
- De onvoltooide tijd wordt vaak gebruikt met woorden als 'vroeger', 'toen' of 'altijd'.
- Verwar de onvoltooide tijd niet met de voltooide tijd; de focus ligt op het verloop of de herhaling, niet op het resultaat.
Uitzonderingen en randgevallen
- Sommige werkwoorden zijn onregelmatig in de onvoltooide tijd, zoals 'zijn' (was, waren) en 'hebben' (had, hadden).