Taal
Nederlands
Niveau
B1
Eenheid
Voornaamwoorden
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Wederkerende voornaamwoorden zijn woorden zoals 'me', 'je', 'zich' die verwijzen naar het onderwerp van de zin. Ze worden gebruikt bij wederkerende werkwoorden, waarbij iemand iets met zichzelf doet.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik wederkerende voornaamwoorden als het onderwerp de handeling op zichzelf uitvoert, bijvoorbeeld bij wassen, zich schamen of zich haasten. Veel dagelijkse handelingen gebruiken deze vorm.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ik was me elke ochtend.

Zij schaamt zich voor haar fout.

Wij vergissen ons soms.

Jullie haasten jullie naar school.

Hij herinnert zich de afspraak niet.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen