Ik heb gegeten.
- Taal
- Nederlands
- Niveau
- B1
- Eenheid
- Tijden en werkwoordsvormen
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Het voltooid deelwoord is een werkwoordsvorm die aangeeft dat een handeling is afgerond.
Wanneer je het gebruikt
Je gebruikt het voltooid deelwoord in de voltooide tijden (zoals de voltooid tegenwoordige tijd en de voltooid verleden tijd) en soms als bijvoeglijk naamwoord.
Belangrijke vormen
- Meeste werkwoorden: 'ge-' + stam + '-d' of '-t' (bijvoorbeeld: 'gewerkt', 'gemaakt')
- Sommige werkwoorden: onregelmatige vormen (bijvoorbeeld: 'geweest', 'gedaan')
Voorbeelden
Zij heeft het boek gelezen.
Wij zijn naar huis gegaan.
Het huis is gebouwd.
Tips
- De meeste voltooid deelwoorden beginnen met 'ge-' en eindigen op '-d' of '-t'.
- Let op: sommige werkwoorden krijgen een onregelmatige vorm.
- Bij sommige werkwoorden gebruik je 'zijn' in plaats van 'hebben' als hulpwerkwoord.
Uitzonderingen en randgevallen
- Onregelmatige werkwoorden hebben een andere vorm (zoals 'geweest', 'gedaan', 'gezien').
- Werkwoorden met voorvoegsels als 'be-', 'ver-', 'ont-' krijgen geen 'ge-' (zoals 'beantwoord', 'verkocht').