Taal
Nederlands
Niveau
B1
Eenheid
Woordvolgorde en zinsstructuur
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

In het Nederlands betekent 'inversie' dat het onderwerp en de persoonsvorm van plaats wisselen. De persoonsvorm komt vóór het onderwerp.

Wanneer je het gebruikt

Je gebruikt inversie als de zin niet met het onderwerp begint. Bijvoorbeeld na een tijdsaanduiding, plaatsaanduiding, of na sommige voegwoorden.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Vandaag ga ik naar school.

Om acht uur begint de les.

Daar woont mijn tante.

Na het eten leest hij een boek.

Eerst maakt zij haar huiswerk.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen