Ik zal morgen bellen.
- Taal
- Nederlands
- Niveau
- B1
- Eenheid
- Werkwoordgebruik en modale werkwoorden
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
'Zullen' + infinitief wordt in het Nederlands gebruikt om over de toekomst te praten, beloftes te maken, een aanbod te doen of een voorstel te geven. 'Zullen' is een werkwoord dat samen met het hele werkwoord wordt gebruikt.
Wanneer je het gebruikt
Je gebruikt 'zullen' + infinitief om aan te geven dat iets in de toekomst gebeurt, om een aanbod, een belofte of een voorstel te doen.
Belangrijke vormen
- 'ik zal' + infinitief (Ik zal werken)
- 'jij zult' + infinitief (Jij zult komen)
- 'hij/zij/het zal' + infinitief (Hij zal studeren)
- 'wij zullen' + infinitief (Wij zullen reizen)
- 'jullie zullen' + infinitief (Jullie zullen helpen)
- 'zij zullen' + infinitief (Zij zullen beginnen)
Voorbeelden
Zullen we samen eten?
Jij zult het leuk vinden.
Wij zullen op tijd zijn.
Tips
- Het hele werkwoord (infinitief) staat aan het einde van de zin.
- 'Zullen' verandert afhankelijk van het onderwerp (ik zal, jij zult, hij zal, enzovoorts).
- Gebruik 'zullen' in een vraag om een voorstel te doen.
Uitzonderingen en randgevallen
- In gesproken Nederlands wordt 'jij zult' vaak vervangen door 'jij zal'.
- Als 'jij' na het werkwoord komt, gebruik je 'zal' ('Zal jij komen?').