Taal
Nederlands
Niveau
B1
Eenheid
Werkwoordgebruik en modale werkwoorden
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

In het Nederlands gebruik je 'gaan' + infinitief om aan te geven dat je iets binnenkort gaat doen. Het drukt een plan of intentie uit voor de nabije toekomst.

Wanneer je het gebruikt

'Gaan' + infinitief gebruik je om te zeggen dat iemand iets van plan is of binnenkort gaat doen. Het wordt vaak gebruikt voor plannen, intenties of acties in de nabije toekomst.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ik ga morgen werken.

Wij gaan een taart bakken.

Gaat hij studeren vanavond?

Jullie gaan naar het park wandelen.

Zij gaan een film kijken.

Tips

Verder verkennen