Taal
Nederlands
Niveau
A2
Eenheid
Voornaamwoorden
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Reflexieve werkwoorden zijn werkwoorden waarbij het onderwerp en het voorwerp dezelfde persoon zijn. Je gebruikt een reflexief voornaamwoord (zoals 'me', 'je', 'zich') bij het werkwoord.

Wanneer je het gebruikt

Je gebruikt reflexieve werkwoorden als iemand iets bij zichzelf doet, bijvoorbeeld zich wassen, zich aankleden of zich vergissen. De handeling komt terug op de persoon zelf.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ik was me elke ochtend.

Jij vergist je vaak.

Zij kleedt zich snel aan.

Wij herinneren ons de afspraak.

Jullie schamen je niet.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen