Dit is mijn fiets.
- Taal
- Nederlands
- Niveau
- A2
- Eenheid
- Overige constructies
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Een bezittelijke constructie geeft aan van wie iets is.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik een bezittelijke constructie om aan te geven dat iets bij iemand hoort, bijvoorbeeld een boek, huis of dier.
Belangrijke vormen
- bezittelijke voornaamwoorden: mijn, jouw, uw, zijn, haar, ons/onze, jullie, hun
- bezits-s: naam + 's (bijvoorbeeld: Anna's boek)
- van-constructie: het boek van Anna
Voorbeelden
Zijn hond is groot.
Anna's tas ligt op de tafel.
Het huis van mijn ouders is mooi.
Tips
- Gebruik 'ons' bij het-woorden en 'onze' bij de-woorden.
- Gebruik niet zowel een bezittelijk voornaamwoord als een van-constructie bij hetzelfde zelfstandig naamwoord.
- De bezits-s komt direct achter de naam, zonder spatie.
Uitzonderingen en randgevallen
- Bij namen die eindigen op -s, -x of -z, voeg je alleen een apostrof toe: Thomas' boek.