Taal
Nederlands
Niveau
A2
Eenheid
Overige constructies
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Een bezittelijke constructie geeft aan van wie iets is.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik een bezittelijke constructie om aan te geven dat iets bij iemand hoort, bijvoorbeeld een boek, huis of dier.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Dit is mijn fiets.

Zijn hond is groot.

Anna's tas ligt op de tafel.

Het huis van mijn ouders is mooi.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen