Taal
Nederlands
Niveau
A2
Eenheid
Werkwoorden en tijden
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Modale werkwoorden zijn hulpwerkwoorden die aangeven of iets mogelijk, nodig, gewenst of toegestaan is. De bekendste zijn: kunnen, moeten, willen en mogen.

Wanneer je het gebruikt

Je gebruikt modale werkwoorden om te zeggen of iemand iets kan, moet, wil of mag doen. Na het modale werkwoord volgt meestal een ander werkwoord in de infinitief, vaak achteraan in de zin.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ik kan goed koken.

Jij moet naar school gaan.

Wij willen een hond hebben.

Mag ik je iets vragen?

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen