Ik heb twee boeken.
- Taal
- Nederlands
- Niveau
- A2
- Eenheid
- Zelfstandige naamwoorden en lidwoorden
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Het meervoud in het Nederlands geeft aan dat er sprake is van meer dan één persoon, dier of ding.
Wanneer je het gebruikt
Het meervoud gebruik je als je over twee of meer personen, dieren of dingen praat.
Belangrijke vormen
- De meeste zelfstandige naamwoorden krijgen -en: boek → boeken
- Sommige woorden krijgen -s: foto → foto's
- Soms verandert de spelling: schip → schepen
Voorbeelden
De kinderen spelen buiten.
We kopen appels.
Er staan fietsen voor het huis.
Tips
- Let op de juiste uitgang: gebruik -en of -s, niet allebei.
- Sommige woorden veranderen van spelling in het meervoud.
- Het lidwoord bij meervoud is altijd 'de', ook als het enkelvoud 'het' is.
Uitzonderingen en randgevallen
- Sommige woorden hebben een onregelmatig meervoud, zoals 'kind' → 'kinderen', 'blad' → 'bladeren'.
- Er zijn woorden met twee meervoudsvormen met verschillende betekenissen.