Taal
Nederlands
Niveau
A2
Eenheid
Zelfstandige naamwoorden en lidwoorden
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Het meervoud in het Nederlands geeft aan dat er sprake is van meer dan één persoon, dier of ding.

Wanneer je het gebruikt

Het meervoud gebruik je als je over twee of meer personen, dieren of dingen praat.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ik heb twee boeken.

De kinderen spelen buiten.

We kopen appels.

Er staan fietsen voor het huis.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen