Taal
Nederlands
Niveau
A1
Eenheid
Werkwoorden en werkwoordsvormen
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Reflexieve werkwoorden zijn werkwoorden waarbij het onderwerp en het voorwerp dezelfde persoon zijn. Je gebruikt een wederkerend voornaamwoord (zoals 'me', 'je', 'zich') bij het werkwoord.

Wanneer je het gebruikt

Je gebruikt reflexieve werkwoorden als iemand iets bij zichzelf doet, zoals zich wassen, zich aankleden of zich vergissen. Ze komen vaak voor bij dagelijkse handelingen of persoonlijke acties.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ik was me elke ochtend.

Jij kleedt je snel aan.

Hij vergist zich vaak.

Wij schamen ons niet.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen