Nous avons fait nos courses au supermarché samedi.
Nederlands: We deden zaterdag onze boodschappen in de supermarkt.
shopping /(en)ʃˈɒpɪŋ(fr)/ · noun · CEFR A2. Frans vertaling van "shopping".
Zie ook: Woordenschatitem (Frans)

Luister hoe "shopping" klinkt in het Frans.
French article/gender note: learn this word with the article "le".
| Dictionary form | shopping |
|---|---|
| Article | le |
| Gender/article class | masculine |
| Regular/likely plural | shoppings |
Nous avons fait nos courses au supermarché samedi.
Nederlands: We deden zaterdag onze boodschappen in de supermarkt.
J'aime acheter de nouveaux vêtements en ville.
Nederlands: Ik ga graag winkelen voor nieuwe kleren in de stad.
Ma mère fait une liste de courses chaque semaine.
Nederlands: Mijn moeder maakt elke week een boodschappenlijst.
Ga van opzoeken naar herhalen met begeleide woordenschatoefeningen, opgeslagen woorden en ERK-leerpaden.
Zes woordspellen gebouwd op onze echte woordenschat — gratis in de browser, geen installatie nodig.
Open de spelhub →
Match het middelste woord onder tijdsdruk en houd je combo vast.
Speel nu →
Vlieg door de juiste poort voordat de snelheid opvoert.
Speel nu →
Snijd de woorden in de doeltaal, ontwijk de afleider in de hoofdtaal en ga voor het aangekondigde bonusdoel.
Speel nu →
Volg één pad over het bord, raak elk letterankerpunt op volgorde en vul elk open vakje.
Speel nu →
Kies het woord dat niet past uit een thematische set — elke tik toont meteen alle vier betekenissen en afbeeldingen, zodat de ronde ook een flashcard wordt.
Speel nu →
Draai kaarten om en koppel woorden in de doeltaal aan hun betekenis in de hoofdtaal voordat je levens op zijn.
Speel nu →