- Taal
- Turks
- Niveau
- B1
- Eenheid
- Zamirler ve Ekleri
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
In het Turks zijn 'zamirler' voornaamwoorden. Dit zijn woorden die zelfstandige naamwoorden vervangen om herhaling te voorkomen of als het zelfstandig naamwoord al bekend is.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik zamirler in het Turks om over mensen of dingen te praten zonder hun naam te herhalen, om vragen te stellen, bezit aan te geven of naar jezelf te verwijzen.
Belangrijke vormen
- Ben, sen, o, biz, siz, onlar (persoonlijke voornaamwoorden)
- Bu, şu, o (aanwijzende voornaamwoorden)
- Kim, ne, hangisi (vragende voornaamwoorden)
- Kendi (wederkerend voornaamwoord)
- Biri, bazıları, herkes (onbepaalde voornaamwoorden)
Voorbeelden
Ben okula gidiyorum.
Nederlands: Ik ga naar school.
O kitabı okudu.
Nederlands: Hij/Zij heeft het boek gelezen.
Bu senin kalemin mi?
Nederlands: Is dit jouw pen?
Kim geldi?
Nederlands: Wie is er gekomen?
Kendim yaptım.
Nederlands: Ik heb het zelf gedaan.
Tips
- In het Turks hoef je niet altijd een voornaamwoord te gebruiken als het onderwerp duidelijk is door het werkwoord.
- Bezittelijke vormen worden gemaakt door achtervoegsels toe te voegen aan voornaamwoorden.
- Het voornaamwoord 'o' kan 'hij', 'zij' of 'het' betekenen, afhankelijk van de context.
Uitzonderingen en randgevallen
- Het voornaamwoord 'o' wordt voor alle geslachten en voor dingen gebruikt.