- Taal
- Turks
- Niveau
- B1
- Eenheid
- Olumsuzluk ve Soru Cümleleri
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
In het Turks zijn 'soru cümleleri' vraagzinnen. Deze zinnen gebruik je om informatie te vragen, iets te bevestigen of verduidelijking te krijgen. Turkse vragen maken vaak gebruik van vraagwoorden of het vraagpartikel '-mi/-mı/-mu/-mü'.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik 'soru cümleleri' als je in het Turks iets wilt vragen, bevestiging zoekt of meer details wilt weten. Ze komen veel voor in dagelijkse gesprekken.
Belangrijke vormen
- Vraagwoorden: ne, kim, nerede, ne zaman, nasıl, neden, hangi
- Vraagpartikel: -mi/-mı/-mu/-mü (toegevoegd na het werkwoord of hulpwerkwoord)
- Woordvolgorde: Onderwerp + lijdend voorwerp + werkwoord + vraagpartikel
Voorbeelden
Sen geliyor musun?
Nederlands: Kom jij?
Ne yapıyorsun?
Nederlands: Wat doe je?
Bu kitap kimin?
Nederlands: Van wie is dit boek?
Saat kaç?
Nederlands: Hoe laat is het?
Burada oturabilir miyim?
Nederlands: Mag ik hier zitten?
Tips
- Het vraagpartikel '-mi/-mı/-mu/-mü' past zich aan volgens klinkerharmonie.
- Het vraagpartikel wordt los van het werkwoord geschreven.
- Bij ja/nee-vragen komt het vraagpartikel na het werkwoord of hulpwerkwoord.
Uitzonderingen en randgevallen
- Soms kun je in gesproken Turks met alleen je intonatie een vraag maken.
- Bij vraagwoorden (zoals ne, kim) is het vraagpartikel niet nodig.