Taal
Turks
Niveau
A1
Eenheid
Sorular
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

In het Turks zijn 'soru kelimeleri' vraagwoorden die je gebruikt om specifieke informatie te vragen, zoals wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik 'soru kelimeleri' in het Turks om te vragen naar personen, plaatsen, tijd, redenen, manieren, keuzes en aantallen. Deze vraagwoorden staan meestal aan het begin of in het midden van de zin, afhankelijk van wat je wilt weten.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Kim bu?

Nederlands: Wie is dit?

Ne yapıyorsun?

Nederlands: Wat doe je?

Nerede oturuyorsun?

Nederlands: Waar woon je?

Neden geç kaldın?

Nederlands: Waarom ben je te laat?

Kaç yaşındasın?

Nederlands: Hoe oud ben je?

Tips

Verder verkennen