- Taal
- Turks
- Niveau
- A1
- Eenheid
- İsimler ve zamirler
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
'Isimler' zijn zelfstandige naamwoorden in het Turks. Ze geven namen aan mensen, plaatsen, dingen of ideeën.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik zelfstandige naamwoorden in het Turks om te praten over objecten, mensen, dieren, plaatsen of begrippen. Ze kunnen alleen staan of samen met bijvoeglijke naamwoorden of bezits- en naamvalsuitgangen.
Belangrijke vormen
- Enkelvoud: kitap, masa, elma
- Meervoud: kitaplar, masalar, elmalar
Voorbeelden
Bu bir masa.
Nederlands: Dit is een tafel.
Kitaplar yeni.
Nederlands: De boeken zijn nieuw.
Elma kırmızı.
Nederlands: De appel is rood.
Okul büyük.
Nederlands: De school is groot.
Tips
- In het Turks gebruik je geen lidwoorden voor zelfstandige naamwoorden.
- Voor het meervoud voeg je '-lar' of '-ler' toe, afhankelijk van de laatste klinker.
- Turkse zelfstandige naamwoorden veranderen met achtervoegsels voor bezit, naamval of meervoud.
Uitzonderingen en randgevallen
- Sommige leenwoorden vormen het meervoud op een onregelmatige manier.
- Klinkerharmonie bepaalt welke achtervoegsels je toevoegt aan het zelfstandig naamwoord.