- Taal
- Spaans
- Niveau
- A2
- Eenheid
- Sustantivos y artículos
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
In het Spaans hebben zelfstandige naamwoorden (sustantivos) een geslacht (mannelijk of vrouwelijk) en een getal (enkelvoud of meervoud). Elk zelfstandig naamwoord is dus mannelijk of vrouwelijk en kan enkelvoud of meervoud zijn.
Wanneer je het gebruikt
Je gebruikt deze vormen telkens als je een zelfstandig naamwoord in het Spaans gebruikt. Het geslacht en het getal bepalen het lidwoord (el, la, los, las) en soms het bijvoeglijk naamwoord.
Belangrijke vormen
- Mannelijk enkelvoud: el libro
- Vrouwelijk enkelvoud: la mesa
- Mannelijk meervoud: los libros
- Vrouwelijk meervoud: las mesas
Voorbeelden
El perro es grande.
Nederlands: De hond is groot.
Las casas son blancas.
Nederlands: De huizen zijn wit.
Una manzana roja.
Nederlands: Een rode appel.
Los amigos estudian.
Nederlands: De vrienden studeren.
Tips
- De meeste zelfstandige naamwoorden die eindigen op -o zijn mannelijk, die op -a zijn meestal vrouwelijk.
- Voor het meervoud voeg je -s toe als het woord op een klinker eindigt, of -es als het op een medeklinker eindigt.
- Het lidwoord (el, la, los, las) moet altijd overeenkomen met het geslacht en getal van het zelfstandig naamwoord.
Uitzonderingen en randgevallen
- Sommige woorden op -a zijn mannelijk (el problema), en sommige op -o zijn vrouwelijk (la mano).
- Sommige woorden hebben dezelfde vorm voor mannelijk en vrouwelijk (el/la estudiante).