Taal
Spaans
Niveau
A2
Eenheid
Sustantivos y artículos
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

In het Spaans hebben zelfstandige naamwoorden (sustantivos) een geslacht (mannelijk of vrouwelijk) en een getal (enkelvoud of meervoud). Elk zelfstandig naamwoord is dus mannelijk of vrouwelijk en kan enkelvoud of meervoud zijn.

Wanneer je het gebruikt

Je gebruikt deze vormen telkens als je een zelfstandig naamwoord in het Spaans gebruikt. Het geslacht en het getal bepalen het lidwoord (el, la, los, las) en soms het bijvoeglijk naamwoord.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

El perro es grande.

Nederlands: De hond is groot.

Las casas son blancas.

Nederlands: De huizen zijn wit.

Una manzana roja.

Nederlands: Een rode appel.

Los amigos estudian.

Nederlands: De vrienden studeren.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen