Taal
Spaans
Niveau
A2
Eenheid
Sustantivos y artículos
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

In het Spaans staan bepaalde en onbepaalde lidwoorden voor zelfstandige naamwoorden om aan te geven of je over iets specifieks of algemeens spreekt.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik bepaalde lidwoorden als je over iets of iemand specifieks praat. Gebruik onbepaalde lidwoorden als je iets voor het eerst noemt of als het niet specifiek is.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

El perro está en el jardín.

Nederlands: De hond is in de tuin.

Una manzana es roja.

Nederlands: Een appel is rood.

Las chicas cantan.

Nederlands: De meisjes zingen.

Unos libros están en la mesa.

Nederlands: Er liggen wat boeken op de tafel.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen