El perro está en el jardín.
Nederlands: De hond is in de tuin.
In het Spaans staan bepaalde en onbepaalde lidwoorden voor zelfstandige naamwoorden om aan te geven of je over iets specifieks of algemeens spreekt.
Gebruik bepaalde lidwoorden als je over iets of iemand specifieks praat. Gebruik onbepaalde lidwoorden als je iets voor het eerst noemt of als het niet specifiek is.
El perro está en el jardín.
Nederlands: De hond is in de tuin.
Una manzana es roja.
Nederlands: Een appel is rood.
Las chicas cantan.
Nederlands: De meisjes zingen.
Unos libros están en la mesa.
Nederlands: Er liggen wat boeken op de tafel.
De gekozen woordenschat-, grammatica- en uitspraakpagina van vandaag voor Spaans. Bewaar deze sectie — hij wordt elke dag bijgewerkt.
Abonneer je op dagelijkse SmartWords-keuzes. Kies de onderwerpen die je wilt — we sturen één kort e-mailtje per dag.
Zes woordspellen gebouwd op onze echte woordenschat — gratis in de browser, geen installatie nodig.
Open de spelhub →
Match het middelste woord onder tijdsdruk en houd je combo vast.
Speel nu →
Vlieg door de juiste poort voordat de snelheid opvoert.
Speel nu →
Snijd de woorden in de doeltaal, ontwijk de afleider in de hoofdtaal en ga voor het aangekondigde bonusdoel.
Speel nu →
Volg één pad over het bord, raak elk letterankerpunt op volgorde en vul elk open vakje.
Speel nu →
Kies het woord dat niet past uit een thematische set — elke tik toont meteen alle vier betekenissen en afbeeldingen, zodat de ronde ook een flashcard wordt.
Speel nu →
Draai kaarten om en koppel woorden in de doeltaal aan hun betekenis in de hoofdtaal voordat je levens op zijn.
Speel nu →