Voy a cenar con mis amigos.
Nederlands: Ik ga dineren met mijn vrienden.
De 'futuro próximo' in het Spaans is een manier om te praten over dingen die binnenkort gaan gebeuren. Je gebruikt het werkwoord 'ir' (gaan) plus een werkwoord in de infinitief.
Gebruik deze structuur in het Spaans om te praten over plannen, intenties of dingen die je binnenkort gaat doen.
Voy a cenar con mis amigos.
Nederlands: Ik ga dineren met mijn vrienden.
¿Vas a estudiar esta noche?
Nederlands: Ga je vanavond studeren?
Marta va a viajar a España.
Nederlands: Marta gaat naar Spanje reizen.
Vamos a ver una película.
Nederlands: Wij gaan een film kijken.
Ellos van a comprar pan.
Nederlands: Zij gaan brood kopen.