Taal
Spaans
Niveau
A2
Eenheid
Preposiciones y conjunciones
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

In het Spaans zijn 'y', 'o', 'pero' en 'porque' basisvoegwoorden. Ze verbinden woorden, zinsdelen of zinnen om relaties zoals toevoeging, keuze, tegenstelling of reden aan te geven.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik deze voegwoorden om ideeën in het Spaans te verbinden. 'Y' voeg je toe, 'o' geeft een keuze, 'pero' geeft een tegenstelling aan, en 'porque' geeft een reden.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Me gusta el café y el té.

Nederlands: Ik hou van koffie en thee.

¿Quieres agua o jugo?

Nederlands: Wil je water of sap?

Es pequeño pero rápido.

Nederlands: Het is klein maar snel.

No salgo porque llueve.

Nederlands: Ik ga niet naar buiten omdat het regent.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen