La clase empieza a las nueve.
Nederlands: De les begint om negen uur.
Tijdspreposities in het Spaans zijn woorden die aangeven wanneer iets gebeurt. Ze helpen je om te praten over tijden, data en perioden.
Gebruik deze voorzetsels om te vertellen wanneer iets gebeurt, hoe lang iets duurt, of wanneer iets begint of eindigt.
La clase empieza a las nueve.
Nederlands: De les begint om negen uur.
Voy de vacaciones en julio.
Nederlands: Ik ga op vakantie in juli.
Trabajo de lunes a viernes.
Nederlands: Ik werk van maandag tot vrijdag.
Vivo aquí desde 2020.
Nederlands: Ik woon hier sinds 2020.
Nos vemos por la tarde.
Nederlands: We zien elkaar in de middag.