- Taal
- Spaans
- Niveau
- A1
- Eenheid
- Verbos: presente
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Regelmatige werkwoorden in de Spaanse tegenwoordige tijd (presente de indicativo) zijn werkwoorden die volgens vaste regels worden vervoegd. Deze tijd gebruik je voor gewoontes, feiten en dingen die nu gebeuren.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik de Spaanse tegenwoordige tijd voor dagelijkse routines, algemene waarheden en acties die op dit moment plaatsvinden.
Belangrijke vormen
- Werkwoorden op -ar: hablar → hablo, hablas, habla, hablamos, habláis, hablan
- Werkwoorden op -er: comer → como, comes, come, comemos, coméis, comen
- Werkwoorden op -ir: vivir → vivo, vives, vive, vivimos, vivís, viven
Voorbeelden
Yo hablo español.
Nederlands: Ik spreek Spaans.
Tú comes una manzana.
Nederlands: Jij eet een appel.
Nosotros vivimos en Madrid.
Nederlands: Wij wonen in Madrid.
Ellos trabajan mucho.
Nederlands: Zij werken veel.
Tips
- Let goed op de uitgang van het werkwoord (-ar, -er, -ir) om de juiste vorm te kiezen.
- In het Spaans wordt het onderwerp vaak weggelaten als duidelijk is wie het is.
- Bij regelmatige werkwoorden verandert de stam niet in de tegenwoordige tijd.
Uitzonderingen en randgevallen
- Sommige werkwoorden zijn onregelmatig en volgen deze regels niet (bijvoorbeeld: ser, ir, tener).