Yo estudio español.
Nederlands: Ik leer Spaans.
Onderwerpsvoornaamwoorden in het Spaans zijn woorden zoals 'yo', 'tú', 'él', 'ella', enzovoort, die aangeven wie de handeling uitvoert in een zin.
In het Spaans gebruik je onderwerpsvoornaamwoorden om te zeggen wie iets doet. Vaak kun je het voornaamwoord weglaten omdat de werkwoordsvorm al duidelijk maakt wie het onderwerp is. Gebruik ze als je extra duidelijkheid wilt of als je het onderwerp wilt benadrukken.
Yo estudio español.
Nederlands: Ik leer Spaans.
Tú eres mi amigo.
Nederlands: Jij bent mijn vriend.
Él vive en Madrid.
Nederlands: Hij woont in Madrid.
Nosotros comemos pizza.
Nederlands: Wij eten pizza.
Ellas bailan muy bien.
Nederlands: Zij (vrouwelijk) dansen heel goed.